De beste stuurlui

In de tijd dat ik begon met werken waren er in de polder nog twee boeren die met paarden werkten. Eerst heb ik gewerkt bij de twee oude broers die nog werkten met een mooi zwart paard. Ardi. Later, toen dat paard er niet meer was en de broers dik in de tachtig waren ben ik bij de andere boer gaan werken. Die had een paard dat Petroesjka heette. Een grote maar ook erg dwarse schimmel.

Werken met paarden is zorgen dat je geen haast hebt. En als je geen trekker hebt doe je al het werk met je paard. Gras maaien, schudden, keren en wiersen, en een loonwerker kwam dan de balen wel persen. Maar ook elke ochtend en elke middag het paard voor de wagen zetten om te gaan melken in de maanden dat de koeien in een andere polder stonden.

Zo’n paard had best een zwaar leven. Niet slecht. Integendeel, veel hing af van de gezondheid en kracht van het beest, dus de zorg was prima geregeld. Maar het was wel een dier om mee te werken en geen huisdier.

Ik denk dat ik ook nu nog met mijn ogen dicht een paard kan inspannen, en dan ook nog precies weet hoe hard het paard door moet stappen als je er hooi mee gaat schudden met zo’n oude vorkjesschudder. Niet te traag want dan werkt het niet, en niet te snel want dan slaat het hooi overal tussen. Het moest allemaal precies in het juiste tempo.

Oude kennis, die bijna niemand meer heeft. Hoe lang kan je een paard laten werken als het warm is, hoeveel gewicht kun je op een platte kar gooien zonder je paard teveel te belasten? Hoeveel voer geef je als er een dag zwaar werken voorbij is, en hoe zie je snel eventuele blessures? Allemaal kleine dingetjes die samen oude kennis vormen.

Vandaag de dag gaan er zachtjes aan weer meer boeren over op het werken met paarden. Het is milieuvriendelijk en bij het gebruik van paarden verdicht de bodem wat minder. Maar nu werken met paarden vraagt om andere machines dan die vroeger werden gebruikt. En het is ook weer een beetje experimenteren. Veel oude kennis is er niet meer, en sommige dingen zijn nu een kwestie van trial and error. Voor mij hoort een trekpaard in een leren borsttuig. Dat ontziet de nek, maar met een haam kan een paard meer kracht kwijt. Geen nylon leidsels, maar leer.

Maar een leren tuig is duur, en als je het op maat wilt laten maken is er ook nog eens een forse levertijd. Want veel tuigmakers zijn er natuurlijk ook niet meer. Ook dat is oude kennis. Dus lopen de meeste paarden nu in een nylon tuig. En we noemen het de vooruitgang. Mijn conservatieve ik ziet het als een gruwel en mist de geur van het leer rond zo’n paard.

Ik was met Petroesjka ooit eens weg om te gaan melken, achterin de middag. Een ritje van een kilometer of drie. Het laatste stuk pad tot aan de plek waar de koeien stonden was een spoor met in het midden gras. Vlak bij een fietspad. Het had eerder op de dag geregeld, en het pad zelf was dan ook wat modderig. Maar goed, een lekker zonnetje maakte alles goed.

Modder is glad, en daar kwam het paard ook achter. Het beest gleed uit, en lag tussen de bomen van de kar plat op zijn zijkant. Goed, het is even vervelend maar een snelle blik leerde al snel dat er niets ernstigs was. Geen schade aan het paard en ook nergens een touw of een riem omheen die voor problemen kon zorgen.

Nogmaals: het paard was een dier met een grote waarde. Niet in geld, maar wel in die van een levend wezen dat belangrijk was voor het werk. Dus ja, mooi klote dat hij op zijn snuit ging, en ook ik was wel even flink geschrokken.

Neem van mij aan: als een paard in een tuig tussen de bomen van een kar op zijn zij op de grond ligt trek je er niks aan. Er ligt gewoon een dikke 800 kilo dood gewicht. Het beste is om het paard dan maar even met rust te laten en op adem te laten komen. Immers: hij zal zelf ook wel even beduusd zijn. Dus na een snelle blik op het paard liep ik vast naar het hek om de ketting eraf te halen zodat ik er straks door kon. Dat paard staat vanzelf wel weer op.

Naast mij, op het fietspad, stop een man met een racefiets. ‘Dierenbeul!’. Ik moest me om het paard bekommeren en zorgen dat hij weer ging staan. Goed, helemaal mee eens. Maar de man met de fiets vond dat het ook meteen geregeld moest worden en nadat hij zijn fiets had neergelegd liep hij naar het paard. Een ruk aan het hoofdstel en het zou wel lukken.

Nu is een paard heel veel zolang het rechtop staat, maar een paard dat moet gaan opstaan is vaak verre van elegant. En een paard dat in een nogal onfortuinlijke positie is terechtgekomen heeft dan nog als nadeel dat het weer terug recht moet komen terwijl het van alles om zich heen heeft. Probeert het beest op te staan dan kan het met zowel de voorbenen als de achterbenen behoorlijk om zich heen slaan. Een wijze les: houdt afstand. De fietser deed dat ondanks een waarschuwing niet, het paard schrok van de ruk die de man aan het hoofdstel gaf en zo kreeg de fietser een rondzwaaiende hoef met het formaat van een flinke wastobbe tegen zijn knie. En toen lag de fietser, welke overigens meer misbaar maakte dan het paard, op de grond.

De moraal van dit verhaal?

Oude kennis is er nog. Niet veel, maar het is er. Als ik nu iemand met een paard zie werken en denk dat het beter kan schreeuw ik dat niet van een afstand maar ga ik kijken of ik kan helpen. Oude kennis moet je delen. Dat is niet alleen goed, het is ook leuk.

Met de oude kennis die ik heb zie ik veel wat ik anders zou doen als ik kijk naar mensen die met paarden werken. Natuurlijk gaat dat werken niet altijd goed, maar ze proberen het wel. Het zijn de mensen die helpen oude kennis te bewaren en nieuwe kennis te vergaren. Moet ik dan commentaar leveren, of proberen wat ik aan kennis heb te delen?

Alle oude kennis en hulp is welkom. Ook bij ons project kunnen we hulp gebruiken, en kennis die men heeft over hoe het vroeger was en ging is waardevol. Kritiek geven mag, uiteraard, maar vertel dan ook hoe jij het anders zou doen of willen. Dan hoor je niet bij de beste stuurlui, maar ben je aan boord.