Naar de rechter

Greenpeace stapt waarschijnlijk naar de rechter om een reductie van de neerslag van stikstof op kwetsbare natuurgebieden af te dwingen. De Nederlandse staat, in het gelukkige bezit van een gevallen kabinet en een geklapt landbouwakkoord, doet volgens haar te weinig concreets.

Is een gang naar de rechter zinvol? Uiteraard. Een rechter is of je nu wint of verliest altijd een referentiekader voor alle betrokkenen. Maar of een gang naar de rechter de beste keuze is betwijfelen we. Als je de bron van de stikstof kent of meent te kennen kun je daar ook je pijlen op richten. Niet door te procederen maar door te kijken wat je samen kunt doen.

Puur voor de lol hebben we eens doorgerekend of we de schets zoals die in dit artikel min of meer beschreven is tot leven zouden kunnen wekken. Kun je als particulier initiatief, al dan niet in samenwerking met derden, een surrealistisch oppervlak (zoals in ons voorgaande bericht) als 125.000 hectare anders inzetten zonder boeren weg te jagen of uit te kopen?

Heel kort? Ja, dat kan. We hebben zelf al een project in schetsvorm dat al vrij makkelijk de eerste 25.000 hectare een groen doel kan geven waar inkomsten uit voortkomen. Geen vaag plan, maar een plan dat daadwerkelijk tot leven kan worden gewekt. Een mogelijk tweede plan voor een vergelijkbare oppervlakte vertoont nog wat heilige dagen, maar die zijn niet onoverkomelijk.

Als wij in korte tijd al met twee plannen kunnen komen die stand weten te houden dan is het bijna niet voor te stellen wat er kan als grote organisaties mee gaan denken. Daar zitten de knappe koppen, en als er kan worden samengewerkt moet je toch al dat land dat je op zijn minst tijdelijk even niet wilt binden aan activiteiten die stikstof uitstoten een groen en goed doel kunnen geven.

Veel boeren willen wel meewerken. En als een klein leger knappe koppen samen gaan zitten om oplossingen te bedenken dan kun je ook wel invulling geven aan die 125.000 hectare. Natuurlijk, 125.000 hectare is even een puur fictieve oppervlakte. Maar daar gaat het niet om. Het gaat om het vinden van een antwoord op de vraag hoe je groen iets kunt doen.

Stel nu eens dat je genoeg plannen hebt om die gigantische oppervlakte van 125.000 hectare goed te beheren. Alle kosten netjes afgedekt, er zijn voldoende boeren die mee willen doen en daar waar nodig zijn ook alle vergunningen in orde. Heb je dan je doel bereikt?

Nee. Want hoewel in de statistieken de boer de boosdoener lijkt te zijn stoot Tata Steel nog elke dag enorme hoeveelheden viezigheid uit. Allerlei bedrijven in de Rotterdamse haven, talloze fabrieken in het hele land: de schoorsteen loost vrolijk elke dag weer van alles uit waar de natuur het moeilijk mee heeft. En ook water vervuilt men in onvoorstelbare hoeveelheden. Dag na dag.

De overheid dwingen via de rechter is een goede zaak. Top-down komen maatregelen wel door. Maar de partij die je voor je moet zien te winnen is Jan met de Pet. Dat werkt niet alleen beter, maar ook sneller. Wetten en maatregelen vergen jaren, en een goed project kan de consument al binnen enkele weken goed bereiken.

Net als de boeren willen ook veel consumenten graag iets doen ten bate van het milieu. Als de massa meewerkt kan je iets doen, na een overwinning bij een rechter moet je wachten tot een ander iets doet. Als de Staat verliest gaat ze in hoger beroep en eventueel cassatie, na een laatste verlies moet men gaan bedenken hoe vervuilers kunnen worden gedwongen om nog meer uitstoot te reduceren, dat moet weer in een wet die moet worden getoetst, en daarna moeten wie je ook dwingt om te reduceren die partijen nog tijd hebben om de nieuwe maatregelen te implementeren.

En dat kan bij een gevallen kabinet wel eens heel erg lang gaan duren. Dat vréét tijd, waarschijnlijk jaren. En wat hebben we in feite niet meer?

Juist. Tijd.