Te schoon is niet goed

Iedereen die paarden heeft of er regelmatig mee omgaat weet dat er rond de paardenstallen altijd heel erg veel leven te vinden is. Op de mestvaalt krioelt het van de muggen en andere insecten, dat trekt weer vogels aan en met veel voedsel dichtbij is het dan ook aantrekkelijk om daar in de buurt te nestelen. Zeker als de stallen wat rustiger gelegen zijn.

Is het erf rond de stallen niet al te schoon? Dan zijn er ook al gauw padden te vinden, en salamandertjes. En waar stallen zijn zijn muizen, en waar muizen zijn is vaak ook wel ergens een uil of andere roofvogel te vinden. Of dikke een kat. Hartstikke leuk. Wij hadden dat vroeger thuis ook. Een echt eigen stukje natuur.

Maar toen het huis werd verkocht en de nieuwe eigenaar er voor koos om alles strak en schoon te maken verdwenen de padden, salamanders en een stevig deel van de zwaluwen, en dat deden ze al heel erg snel. Wat overbleef was een perfect schoon erf, maar alles wat er op en bij hoorde te zijn was weg.

En zo is het met veel dieren en insecten gegaan. Waar je vroeger in de polders nog op mooie grote zeelten kon gaan vissen zijn ze er nu nauwelijks meer te vinden, en de slootkanten die vroeger vol paardenbloemen en boterbloemen stonden zijn nu strak vormgegeven en er groeit vaak alleen nog gras. Wat vroeger in het hele weiland wel bloeide zaaien boeren nu in als kruidenmengsel. En dat op zich is al een teken aan de wand.

Naast veel andere problemen die er zijn voor de natuur is dat netjes opgeschoonde land ook een probleem om over na te denken. Je kunt bijvoorbeeld de hele Flevopolder vol aardappelen zetten, keurig gepoot in strakke rijen. En als je je akker goed gaat bijhouden en regelmatig alles wat geen aardappel is er tussenuit haalt zal dat je oogst zeker ten goede komen. Maar door dat te doen op honderden of duizenden hectares ontstaat er een soort ecologische woestijn. En daarmee weer je al het leven, omdat er domweg niets te eten voor ze is te vinden. Ze vinden er in al die ruimte geen plek meer.

Goed, het schoonmaken van alles wat groen is heeft ook voordelen. Vroeger ging je om ooievaars te zien naar Het Liesveld, want ooievaars waren heel erg zeldzaam. En dankzij de inzet van velen maar zeker ook dankzij het schonere water in de polders en daarmee de toename van voedselbronnen als kikkers zijn er nu weer heel erg veel ooievaars. Voor de ooievaar pakte het allemaal goed uit. Voor de kikker netto trouwens ook.

Schoon en monotoon zijn een heel vervelende combinatie voor de natuur in het algemeen. Te schoon en te monotoon zijn zelfs schadelijk, omdat je dan heel erg schoon en heel erg monotoon grote gebieden ongeschikt maakt voor leven om zich er te voeden of vestigen. Het is de basis van de natuur ontwrichten.

Een boer kun je geen ongelijk geven dat hij zijn akkers met behulp van GPS zo vlak als een laken maakt, en ook het aanleggen van drainage is vanuit het oogpunt van de boer een verstandige keuze. Maar zo blijft er geen enkel poeltje water meer staan, en is voor tal van vormen van leven de bodem al gauw niet meer nat genoeg of bijvoorbeeld onregelmatig genoeg.

Dus ook dat ’te schoon en te monotoon’ geeft stof tot nadenken.